(en wat die mij leerde over liefde, veiligheid en mijzelf)
Ik weet nog precies waar ik was toen ik hem ontmoette. Niet omdat het zo’n bijzondere plek was, maar omdat alles in mij ineens stilviel.
Alsof mijn hele systeem even zei: STOP.
Mijn lijf wist het eerder dan mijn hoofd.
Dat was nieuw voor mij. En eerlijk gezegd ook best spannend.
Tot dat moment dacht ik dat ik wist hoe liefde voor mij werkte.
Ik had relaties gehad. Meerdere.
En als ik terugkijk, waren het steeds dezelfde mannen.
Emotioneel onbereikbaar, alleen steeds in een ander jasje. Die aantrekkingskracht voelde vertrouwd voor mij.
Hoe bizar het misschien ook klinkt, maar afstand, onzekerheid, spanning, was het terrein waarin mijn zenuwstelsel zich 'thuis' voelde.
Geen echte nabijheid, geen diepe afstemming, maar wél net genoeg om te blijven hopen.
Blijven geven. Blijven aanpassen. Blijven proberen.
Ik dacht écht dat liefde betekende dat je keihard je best moest doen.
Dat als ik maar genoeg gaf zoals aandacht, begrip, geduld, ik het ooit wel terug zou krijgen.
En als dat niet gebeurde, werd ik boos joh! Op hen, maar ook op mijzelf.
Onder die boosheid zat echter iets anders weet ik inmiddels: Namelijk een diepe angst om verlaten te worden. Ook dat zat diep verankerd in mijn systeem
Uit zelfbescherming verbrak ik vervolgens de relatie.
En niet veel later ontmoette ik vaak weer iemand die precies hetzelfde in mij raakte. En begon het hele verhaal weer opnieuw.
En toen ontmoette ik hem.
Een man waar ik vroeger niet direct op zou zijn gevallen.
Niet perse mijn ‘type’.
Geen bekende dynamiek, geen herkenbare spanning.
Hij was anders.
En toch raakte deze ontmoeting me dieper dan ik ooit had verwacht. Het was intens. Overweldigend. Alsof er iets ouds in mij wakker werd geschud.
Mijn hoofd draaide overuren. Wat is dit?
Ik sliep slecht. Kreeg paniekaanvallen. Mijn systeem raakte compleet in de war.
En uiteindelijk trok mijn lijf aan de noodrem.
Burn-out.
Alles wat ik altijd gebruikte om overeind te blijven, viel weg.
Mijn maskers. Mijn beschermlagen. Gevoelsmatig belandde ik in de hel.
Achteraf zie ik dat anders.
Het was geen hel, maar een razendsnel transformatieproces. Een uitnodiging om niet langer te leven vanuit overleving, maar vanuit waarheid.
Om weer puur mijzelf te worden.
In die periode stuitte ik ‘toevallig’ op het begrip tweelingziel.
Ik dook er diep in. Misschien zelfs te diep ( obsessief )
En ja, veel viel op zijn plek. Het gaf woorden aan iets wat ik voelde, maar niet kon verklaren.
Tegelijk wil ik daar iets over zeggen.
Wat je op internet leest over tweelingzielen wordt vaak geromantiseerd.
Alsof het alleen maar gaat over extase, samensmelten en ‘de ultieme liefde’.
Mijn ervaring is anders.
Een tweelingziel-ontmoeting is zelden zacht of makkelijk.
Het is rauw. Confronterend. Pijnlijk.
Het haalt alles onderuit wat niet echt is.
Geen sprookje, maar een intens innerlijk proces.
Het gaat niet over elkaar compleet maken.
Het gaat over jezelf tegenkomen.
Over oude wonden, patronen en beschermlagen die niet langer kunnen blijven bestaan.
Ik geloof dan ook dat dit soort ontmoetingen vooral bedoeld zijn als katalysator voor groei.
Niet per se om samen te eindigen, maar om dichter bij jezelf te komen.
Misschien schrijf ik daar later nog eens uitgebreider over, in een aparte blog.
Want dit Tweelingzielen proces verdient eerlijkheid, zeker geen romantisering.
Maar goed, ik dacht in eerste instantie:
Dit is het en Hij is het. Ik fantaseerde over samen. Over een relatie. Over het hele plaatje. Maar het leven liet iets anders zien.
Deze ontmoeting ging niet over hem.
En ook niet over samen.
Het ging over mij. Over delen in mijzelf die gezien wilden worden.
Toen hij en zijn vrouw uit elkaar gingen, dacht ik dat ik blij zou zijn. Dat dit het moment was. Zie je? We komen bij elkaar, maar het onverwachte gebeurde.
Ik werd onrustig. Mijn lijf voelde zwaar.
En wat me het meest raakte: ik voelde zijn verdriet door mijn hele lichaam en dat trok ik niet.
Ik bid zelden.
Maar toen heb ik gebeden. Dat zij alsjeblieft weer bij elkaar mochten komen. Dat hij gelukkig mocht zijn ,ook als dat zonder mij zou zijn.
En ze kwamen weer bij elkaar.
Dat moment leerde mij iets essentieels over liefde.
Namelijk: Onvoorwaardelijke liefde.
Liefde is niet altijd samenkomen. Echte liefde is vrij.
Zijn geluk voelde belangrijker dan mijn verlangen.
En toen ik voelde dat hij gelukkig was, kwam er ook rust in mij. Heel gek, zoiets had ik echt nog nooit zo diep gevoeld.
Rond diezelfde tijd ontdekte ik ook iets anders. Ik zag ook mijn eigen aandeel in de relaties die ik eerder heb gehad.
Ik droeg zelf iets in mijn systeem waardoor ik emotioneel onbereikbare mannen aantrok: bindingsangst.
Niet omdat ik geen verbinding wil. Integendeel.
Ik verlang naar diepte. Naar intimiteit. Naar échte nabijheid.
Maar zodra iemand écht dichtbij komt, emotioneel, energetisch, fysiek,
gaat er iets in mij op slot. Alsof mijn systeem zegt: ho ho, dit is te dichtbij, dit is te spannend.
Ik heb dus ruimte nodig.
En tijd.
Veel tijd.
Zelfs iemand die te dicht naast me zit, kan al iets activeren.
Niet omdat die ander iets fout doet, maar omdat mijn zenuwstelsel nog leert dat nabijheid veilig kan zijn.
Dat inzicht was confronterend en bevrijdend tegelijk.
Het maakte me zachter naar mijzelf.
Ik zag dat het een oud beschermingsmechanisme was. Eentje die me ooit hielp, maar nu langzaam mag loslaten.
Work in progress ;)
Als ik trouwens terugkijk op de relaties die ik heb gehad met emotioneel afwezige mannen, wil ik daar nog wel iets over zeggen.
Ik benoem dit niet om hen te veroordelen of in een kwaad daglicht te zetten.
Zij hadden, net als ik, hun eigen redenen.
Ook bij hen was emotionele afstand vaak onbewust een vorm van zelfbescherming, om niet te veel te voelen, niet te veel te hoeven openen.
Net zoals mijn patronen mij ook ooit hebben geholpen te overleven, deden die van hen dat ook.
Mijn behoefte aan nabijheid en hun neiging tot afstand hielden elkaar in balans en tegelijk in stand. Het is een dynamiek.
Zij werden aangetrokken tot mijn openheid, mijn zorgzaamheid, mijn bereidheid om eindeloos te geven.
En ik werd aangetrokken tot hun afstand, hun geslotenheid, hun onbereikbaarheid.
Die dynamiek voelde bekend voor beide partijen.
Onbewust speelden we ieder onze rol. Niet uit onwil, maar uit herkenning. En zo hielden we samen een patroon in stand.
Totdat ik voelde: dit klopt niet meer voor mij.
Het is trouwens ook niet zo dat alles slecht of pijnlijk was.
Integendeel.
Ik heb met hen ook veel mooie, fijne en liefdevolle momenten gedeeld.
Herinneringen waar ik met plezier op terugkijk.
Maar goed, weer terug naar mijn tweelingziel:
Het contact met mijn tweelingziel bleef nog een tijd bestaan.
Maar onze verbinding werd nooit echt door hem erkend.
Ik heb pogingen gedaan het luchtig bespreekbaar te maken ( voor zover dat kan ), maar hij ontweek mijn pogingen en dus bleef het onuitgesproken. Ik verwijt hem verder niks, maar ik weet van mijzelf: ik ga heel slecht op onuitgesproken zaken & onderstromen. Dus ik trok op een gegeven moment een grens en verbrak abrupt het contact. Niet uit afwijzing, maar uit zelfzorg.
Dat deed pijn.
Maar het voelde ook helend. En krachtig.
Ik koos voor mijzelf.
Wat volgde was geen leegte, maar integratie.
Ik ging voelen wat ik eerder buiten mijzelf had gezocht.
En langzaam viel het kwartje.
Alles wat ik zo in hem bewonderde, leeft ook in mij.
Hij was een spiegel.
Sinds kort voel ik iets wat ik vroeger niet kende: RUST
Geen zoeken. Geen verwachtingen.
De verbinding waar ik zo naar verlangde, is er al.
In mij.
Ik heb geen relatie nodig om compleet te zijn.
Dat betekent niet dat ik het afwijs.
Ik sta ervoor open.
Echter geen opvulling van leegte meer, maar aanvulling van liefde
Dat is voor mij echte LIEFDE 🤍